dayone didam partou(1)

Didam stopt niet bij de schooldeur

Breedveld |
18 maart 2026

De rechtbank Noord-Nederland wees vandaag (17 maart 2026) een kort geding vonnis over de verhouding tussen Didam, onderwijshuisvesting en kinderopvang (ECLI:NL:RBNNE:2026:816). In deze zaak trad DayOne op aan de zijde van Partou.

De kern luidt als volgt: een gemeente kan niet zonder meer een kinderopvangdeel van een gebouw samen met het schooldeel om niet overdragen aan een schoolbestuur op grond van artikel 103 WPO. Voor dat kinderopvangdeel gelden de gebruikelijke regels van gelijkheid en transparantie wel.

Wat speelt er?
De gemeente is eigenaar van een gebouw in Drachten dat uit twee delen bestaat. In het ene deel zitten twee basisscholen. In het andere deel exploiteert Partou al jarenlang kinderopvang en buitenschoolse opvang. De gemeente zegt de huur met Partou op en wil vervolgens het hele gebouw overdragen aan het schoolbestuur.

Volgens de gemeente kan dat op grond van artikel 103 WPO: de regeling die ziet op overdracht van onderwijshuisvesting aan het bevoegd gezag van de school. Partou stelt dat dit voor het schooldeel misschien opgaat, maar niet voor het kinderopvangdeel. En juist op dat punt krijgt zij gelijk van de voorzieningenrechter.

Geen automatische doortrekking van artikel 103 WPO
De voorzieningenrechter maakt een duidelijk onderscheid tussen het schooldeel en het kinderopvangdeel. Voor zover sprake is van een voorziening in de huisvesting van een school in de zin van artikel 92 WPO, geldt artikel 103 WPO. In dat geval schrijft de wet voor aan wie de eigendom moet worden overgedragen. Dan is er geen ruimte voor toepassing van de Didam-regels, omdat de gemeente daar in wezen geen keuzevrijheid heeft.

Dat betekent echter nog niet dat alles wat zich in of rond een schoolgebouw bevindt automatisch onder dat regime valt. Volgens de rechtbank moet per gebouwdeel worden bekeken of daadwerkelijk sprake is van een onderwijshuisvestingsvoorziening. Dat is hier van belang, omdat het kinderopvangdeel feitelijk (en zelfs kadastraal) te onderscheiden is van het schooldeel en bovendien een andere functie heeft.

Kinderopvang is geen onderwijs
Dat lijkt een open deur, maar toch maakte het hier het verschil.

De rechtbank oordeelt dat het kinderopvangdeel niet is bestemd voor het geven van onderwijs en ook niet die functie heeft. Dat deel is juist gerealiseerd voor kinderopvang en buitenschoolse opvang en wordt ook al jaren als zodanig verhuurd.

Daarmee is dat gebouwdeel volgens de voorzieningenrechter geen huisvestingsvoorziening in de zin van artikel 92 WPO. De gemeente kan dat deel dus niet zondermeer via artikel 103 WPO aan het schoolbestuur overdragen.

Financiering is niet doorslaggevend
De gemeente voert nog aan dat de uitbreiding destijds met onderwijshuisvestingsgelden is gefinancierd. Ook dat argument slaagt niet. De voorzieningenrechter maakt duidelijk dat niet de financiering beslissend is, maar de bestemming en functie van het gebouwdeel. Dat een gebouwdeel met onderwijsgelden is gerealiseerd, betekent dus nog niet dat het juridisch ook een onderwijsvoorziening is.

Dat is relevant voor de praktijk. Zeker nu onderwijs en opvang in integrale kindcentra vaak dicht tegen elkaar aan zitten, ligt het voor de hand om alles als geheel te beschouwen. Deze uitspraak laat zien dat dat te kort door de bocht kan zijn.

En dus… Didam
Omdat artikel 103 WPO voor het kinderopvangdeel geen grondslag biedt, komen we weer uit bij het gebruikelijke kader voor uitgifte van overheidsvastgoed.

De rechtbank oordeelt daarom dat de gemeente voor dit deel niet zonder meer kan toewerken naar overdracht aan het schoolbestuur. Zij moet eerst bepalen op welke juridische basis zij dit gebouwdeel wil uitgeven en vervolgens de Didam-regels naleven. Dat betekent dat mededingingsruimte moet bieden, tenzij kan worden gemotiveerd dat er slechts één serieuze gegadigde bestaat. Dat gebeurt hier niet. Het voornemen is daarom volgens de voorzieningenrechter in strijd met het motiveringsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.

Waarom is deze uitspraak relevant?
Deze uitspraak is vooral interessant voor situaties waarin gemeenten, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties binnen één locatie samenwerken, maar hun juridische posities niet samenvallen.

De boodschap is helder: een gemeente kan niet volstaan met de stelling dat een gebouw ‘bij een school hoort’ en daarom onder artikel 103 WPO valt. Er moet steeds worden gekeken naar de functie van het betreffende deel van het vastgoed. Voor kinderopvangorganisaties is dat een belangrijk gegeven. Zeker wanneer de regie over opvang binnen een schoollocatie verschuift, rijst de vraag of hiervoor de juiste route wordt gevolgd.

Deze uitspraak laat duidelijk zien dat de grenzen van artikel 103 WPO niet onbeperkt zijn. Waar het onderwijsdeel ophoudt en een zelfstandig kinderopvangdeel begint, kan ook het regime veranderen. En precies daar komt Didam weer in beeld.

Heeft u te maken met vragen over Didam, kinderopvanglocaties of de uitgifte van gemeentelijk vastgoed? Dan adviseren wij daar graag verder over. Neem gerust contact op met Vincent Breedveld (breedveld@dayonelegal.nl) of Shireen Lander (lander@dayonelegal.nl).

Voor verdere informatie over deze blog of advisering over het onderwerp, kunt u contact opnemen met DayOne advocaat Vincent Breedveld.
+31 6 53 84 93 19 | breedveld@dayonelegal.nl
vincent breedveld