Einde franchiseovereenkomst = einde licentie IE-rechten
Het klinkt als een open deur: na het einde van de franchiseovereenkomst mag er door de ex-franchisenemer geen gebruik meer worden gemaakt van de intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten) van de franchisegever. Toch komt het regelmatig voor dat ex-franchisenemers na het einde van de franchiseovereenkomst aansporing nodig hebben om het gebruik van de IE-rechten van de franchisegever te laten staken.
In veel gevallen gaat de franchisenemer bij het einde van de franchiseovereenkomst als zelfstandige partij verder. Vaak wordt dan wel een andere naam gekozen en bijvoorbeeld een nieuwe website ingericht, maar blijven toch logo’s en/of andere elementen van de franchiseformule – al dan niet bewust - in gebruik. Dit kan de franchisenemer duur komen te staan.
Een treffend voorbeeld is te vinden in deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:7836 - Klik hier voor de volledige uitspraak). Op 1 december 2014 hadden de franchisegever en de franchisenemer een franchiseovereenkomst met elkaar gesloten op grond waarvan de franchisenemer (onder meer) gebruik mocht maken van de IE-rechten van de franchisegever. Waaronder de merken die door het moederbedrijf van de franchisegever in het Benelux-merkenregister waren gedeponeerd en in licentie waren verstrekt.
Op 1 april 2022 werd de franchiseovereenkomst echter beëindigd en daarmee ook het recht van gebruik van de IE-rechten van de franchisegever. Desalniettemin ging de ex-franchisenemer door met het gebruik van het merk. Zo bleef de ex-franchisenemer bijvoorbeeld het merk van (de moeder van) de franchisegever nog gebruiken op de gevel van zijn winkel. Aangezien de ex-franchisenemer – ook niet na herhaalde sommatie van de franchisegever – overging tot het verwijderen van het merk, startte de moeder van de franchisegever een kort geding.
Daar kreeg de moeder van de franchisegever – niet geheel verrassend – gelijk en overweegt de rechtbank dat het gebruik van het merk na het einde van de franchiseovereenkomst een merkinbreuk oplevert. De ex-franchisenemer moet het gebruik dan ook staken, een en ander op straffe van een dwangsom die kan oplopen tot € 100.000.
Zeer waarschijnlijk – maar dat blijkt niet direct uit het vonnis – staan er ook contractuele bepalingen in de franchiseovereenkomst opgenomen die een ex-franchisenemer verbieden om na het einde van de franchiseovereenkomst nog verder gebruik te maken van de IE-rechten van de franchisegever, waaronder de merken van de moeder. Al dan niet in combinatie met een contractueel boetebeding. Dit deel bleef in deze procedure verder onbelicht. Duidelijk moge zijn dat een boetebepaling het onzorgvuldig voortzetten van gebruik van IE-rechten - na het einde van de franchiseovereenkomst – voor de franchisenemer nog (veel) pijnlijker kan maken.
Afsluitend
Deze uitspraak is uiteraard geen verrassing, maar de ervaring leert dat (ex-)franchisenemers nog vaak de neus stoten. Wat in de praktijk door de (ex-)franchisenemer als niet relevant (te verwaarlozen) gebruik wordt gezien, wordt door de franchisegever veelal beschouwd als flagrante inbreuk op haar zorgvuldig ontwikkelde IE-rechten en als een aantasting van haar franchiseformule. Nu rondom een beëindiging van een franchiseformule vaak toch al de nodige emoties en belangen kunnen spelen, doet de franchisenemer er goed aan op dit punt geen aanleiding te geven voor een verdere discussie.
Verder toont deze uitspraak aan dat het voor een franchiseformule noodzakelijk is om alle IE-rechten, bijvoorbeeld de merkrechten, waar mogelijk deugdelijk te (laten) deponeren. In het geval van een geschil met de franchisenemer kan er dan immers niet alleen aanspraak worden gemaakt op eventuele contractuele bepalingen in de franchiseovereenkomst, maar ook op de merkrechten zelf.
Voor vragen over franchiseovereenkomsten en IE-rechten kunt u contact opnemen met DayOne, Jan-Willem Kolenbrander (kolenbrander@dayonelegal.nl) en Teun Pouw (pouw@dayonelegal.nl).
+31 6 16 06 60 00 | kolenbrander@dayonelegal.nl