instemmingsrecht geldt niet voor nieuwe franchiseovereenkomsten2

Instemmingsrecht geldt niet voor opvolgende franchiseovereenkomst

Kolenbrander |
04 februari 2026

Op grond van de Wet franchise hebben de franchisenemers onder bepaalde omstandigheden een instemmingsrecht als de franchisegever gedurende de looptijd van de franchiseovereenkomst gebruik maakt van een éénzijdig wijzigingsbeding in de franchiseovereenkomst. Geldt dit instemmingsrecht echter ook als de franchisegever wijzigingen wil doorvoeren in een opvolgende (nieuwe) franchiseovereenkomst?

In artikel 7:921 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) is bepaald dat een franchisegever gebruik kan maken van een in de franchiseovereenkomst opgenomen éénzijdig wijzigingsbeding om een wijziging in de franchiseformule door te voeren. Wel dient de franchisegever dan vooraf te toetsen of de (financiële) gevolgen van die voorgenomen wijziging voor de franchisenemers boven de in de franchiseovereenkomst opgenomen drempelwaarde uitkomen. 

Is dat niet het geval, dan kan de franchisegever de voorgenomen wijziging in principe zonder voorafgaande instemming doorvoeren. Komen de financiële gevolgen echter wél boven de in de franchiseovereenkomst opgenomen drempelwaarde uit, dan dient de franchisegever eerst voorafgaande instemming te vragen aan de meerderheid van de in Nederland gevestigde franchisenemers, dan wel elk van de in Nederland gevestigde franchisenemer die geraakt wordt door deze wijziging.

Wat nu als de franchisegever niet gedurende de looptijd van de bestaande franchiseovereenkomst wijzigingen wil doorvoeren, maar deze wijzigingen pas doorvoert in een opvolgende franchiseovereenkomst. Dus de franchiseovereenkomst die partijen (mogelijk) sluiten na het einde van de huidige franchiseovereenkomst?

In een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:27218 - Klik hier voor het volledige vonnis) wordt – zij het voorlopig – antwoord gegeven op deze vraag. Een franchisegever was met haar franchisenemers in conclaaf over de voorwaarden van een nieuw te sluiten (opvolgende) franchiseovereenkomst. In die opvolgende franchiseovereenkomst werden de financiële voorwaarden ten opzichte van de bestaande franchiseovereenkomst volgens de franchisenemers ten nadele van hen gewijzigd doordat nieuwe kosten waren opgenomen. En die wijzigingen zouden grotere financiële gevolgen hebben dan de drempelwaarde van € 3.000 die partijen hadden afgesproken.

In het kort geding dat volgde, vorderden de franchisenemers dat de franchisegever zich zou onthouden van het wijzigen van het vergoedingenstelsel totdat de franchisenemers eerst hadden ingestemd met die wijziging. Die vordering werd echter afgewezen, omdat – aldus de voorzieningenrechter – het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW alleen van toepassing is bij een wijziging in lopende franchiseovereenkomsten. Daarvan is echter geen sprake, want de discussie tussen partijen ziet enkel op de nieuw te sluiten (opvolgende) franchiseovereenkomsten. Nu de wijzigingen toezien op de nieuwe franchiseovereenkomst en niet de lopende franchiseovereenkomsten is het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW niet van toepassing, aldus de voorzieningenrechter.

Betekent dit dat een franchisegever in een nieuwe (opvolgende) franchiseovereenkomst alle haar welgevallige wijzigingen kan doorvoeren ten opzichte van de bestaande franchiseovereenkomst? Nee, want volgens de voorzieningenrechter is het recht van de franchisegever op het aanbieden van nieuwe (aangepaste) franchiseovereenkomsten ook beperkt door de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Indien – bijvoorbeeld – de door de franchisegever voorgestelde aanpassingen van het vergoedingenstelsel zo groot zijn dat geen enkele franchisenemer na de invoering daarvan nog een winstgevend resultaat zal kunnen behalen, zullen de voorgestelde aanpassingen in een concreet geval naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kunnen zijn. De franchisegever kan de wijzigingen dan alsnog niet doorvoeren.

Kortom, het instemmingsrecht van de Wet franchise geldt volgens voorgenoemde rechtbank niet voor wijzigingen in een opvolgende franchiseovereenkomst. Wel kunnen de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid zich verzetten tegen dergelijke wijzigingen als de volgen onacceptabel groot zijn voor de franchisenemers.

Voor vragen over franchiseovereenkomsten en de Wet franchise kunt u contact opnemen met DayOne, Jan-Willem Kolenbrander (kolenbrander@dayonelegal.nl)
 

Voor verdere informatie over deze blog of advisering over het onderwerp, kunt u contact opnemen met DayOne advocaat Jan-Willem Kolenbrander.
+31 6 16 06 60 00 | kolenbrander@dayonelegal.nl
jan willem