• dayonelegal

Martin Garrix vs Spinnin Records: wanneer is een beding in een auteurscontract onredelijk bezwarend?

Voor muziek- en contractenrechtliefhebbers is de zaak die inmiddels alweer jarenlang speelt tussen de bekende dj Martin Garrix en zijn voormalige platenlabel en managementbureau een huzarenstukje. Niet alleen omdat rechtbank, Hof en nu ook de Hoge Raad zich over de zaak hebben gebogen, maar ook omdat de beslissingen uiteenlopen met stééds weer een nuanceverschil. Wat is de status nu?


De Hoge Raad heeft recent arrest gewezen in de zaak tussen Garrix en zijn voormalig platenlabel (Spinnin Records) respectievelijk managementbureau (MusicAllStars). Inzet van de zaak bij de Hoge Raad waren twee belangrijke vragen:


(i) Waren bepalingen in het contract tussen Spinnin en Garrix onredelijk bezwarend?

(ii) Wie is de fonogrammenproducent (dat ziet op de eerste vastlegging van de muziek) van de nummers van Martin Garrix?


Onredelijk bezwarende bepalingen?

De eerste vraag komt voort uit het (relatief) nieuwe auteurscontractenrecht en in het bijzonder artikel 25f van de Auteurswet. In dit artikel is vastgelegd dat bepalingen in een contract, die ‘onredelijk bezwarend’ zijn, door de auteur/maker kunnen worden vernietigd. Met andere woorden: afspraken die oneerlijk zijn, of die - uiteindelijk - in negatieve zin in de weg zitten, kunnen worden aangetast. Deze bepaling is niet zonder reden in de wet opgenomen, nu het wel vaker voorkomt dat een (veelal jonge en onervaren) maker juridische afspraken maakt of zaken afspreekt waardoor hij minder goed af is dan bijvoorbeeld zijn platenmaatschappij. En die vaak tóch worden geaccepteerd vanwege ongelijke posities, het willen grijpen van kansen en gechargeerd gezegd: 'take it or leave it' discussies. Met dit artikel in de Auteurswet – en de verdere wijzigingen in het auteurscontractenrecht – is geprobeerd dit evenwicht wat meer te herstellen, waar dat nodig en passend is, in het voordeel van de makers. We zeggen bewust: waar dat nodig en passend is. Want er zijn genoeg situaties waarin géén sprake is van onredelijk bezwarende bedingen, en waarin exploitanten en uitgevers afspraken bedingen, omdat ze fors investeren in talent en hun werk.


In dit geval vond Garrix dat Spinnin en zijn management bij het aangaan van de contracten in 2012 en 2013 onredelijk waren geweest en dat dit had geleid tot afspraken die aangetast moesten kunnen worden. In het bijzonder ging het Garrix, zo laat het arrest zien, met name om een bepaling waarbij onbeperkt kosten in rekening zouden kunnen worden gebracht en de eenzijdige verlengingsmogelijkheid aan de kant van Spinnin.


De Hoge Raad heeft zich nu (voor het eerst) uitgesproken over de vraag hoe moet worden beoordeeld of dit soort bepalingen onredelijk bezwarend zijn. In zijn oordeel geeft de Hoge Raad aan dat deze beoordeling plaats moet vinden op het moment (en 'naar' het moment) dat de overeenkomst wordt (werd) gesloten, de zogeheten ex tunc toetsing. Oftewel: waren de bepalingen toen onredelijk? Het Hof had in hoger beroep juist omstandigheden van ná het sluiten van de overeenkomst meegewogen (de ex nunc toetsing), nu zij bijvoorbeeld had gekeken naar het feit of Spinnin daadwerkelijk onbeperkt kosten in rekening had gebracht. Ook woog het Hof het “grote commerciële succes” van Garrix mee en oordeelde zij mede vanwege dat succes dat de aangevochten bepalingen niét onredelijk bezwarend waren. Allemaal fout, aldus de Hoge Raad. Want zoals de Hoge Raad nu zegt: omstandigheden van ná het sluiten van het contract, zijn voor deze beoordeling helemaal niet relevant. En dus moet die beoordeling opnieuw worden gedaan.


De zaak is nu (terug) verwezen naar het Hof Den Bosch, die zich nu over dit vraagstuk moet buigen.


Fonogrammenproducent

De tweede te beantwoorden vraag is wie de fonogrammenproducent is: Garrix of Spinnin? Deze vraag is relevant, omdat de persoon die fonogrammenproducent is óók aanspraak maakt op een aantal nieuwe inkomstenstromen (bijvoorbeeld exploitatie-inkomsten). In navolging van de rechtbank en het Hof, oordeelt de Hoge Raad dat de fonogrammenproducent de persoon is die de organisatie van de eerste opname op zich neemt én daarvoor de financiële verantwoordelijkheid draagt. Dat was in dit geval Garrix, aldus de Hoge Raad, nu hij (kennelijk) steeds de eerste versie van de nummers bij Spinnin aanleverde en zelf (financieel) verantwoordelijk was voor de creatie hiervan.


Het oordeel hierover is met dit arrest van de Hoge Raad definitief geworden en is ook voor andere producers/muzikanten een welkome boodschap. Zij staan nu in veel gevallen sterker wanneer zij de eerste vastlegging van hun nummers willen opeisen dan wel hierover nieuwe afspraken willen maken, zeker als zij opnames aanleveren én daar financieel verantwoordelijk voor zijn.


Het wachten is nu weer op het Hof. En dan komt er hopelijk een eind aan deze kwestie.

Wilt u meer weten over deze zaak of heeft u vragen over het auteurscontracten- of fonogrammenrecht? Neem dan vooral contact op met een van onze IE-experts via vanwijk@dayonelegal.nl






35 weergaven0 opmerkingen