• dayonelegal

Transitievergoeding bij ontslag op staande voet

Bijgewerkt: 30 jan 2019


De Hoge Raad hakt weer een knoop door: bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet kan wel recht ontstaan op transitievergoeding.

Per 1 juli 2015 is de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in werking getreden. Daarmee is ook de transitievergoeding geïntroduceerd. Daar zijn we inmiddels aardig aan gewend en de meeste ondernemers weten wel dat in geval van een ontslag, de werknemer in ieder geval aanspraak heeft op deze vergoeding (grofweg: 1/3 maandsalaris per dienstjaar).

Maar waar heeft een werknemer die terecht op staande voet wordt ontslagen, recht op? Voor de inwerkingtreding van de WWZ was deze vraag makkelijk te beantwoorden: helemaal niets. De werknemer was immers terecht op staande voet ontslagen (er was een geldige dringende reden) dus de werknemer had geen recht op welke vergoeding dan ook. Eigen schuld, dikke bult.

Omdat bij de parlementaire behandeling van de WWZ was aangegeven dat de WWZ geen verandering beoogde op het gebied van het ontslag op staande voet, en omdat we het voorheen zo gewend waren, zijn er genoeg deskundigen die meenden dat een terecht op staande voet ontslagen werknemer, “natuurlijk” geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Gevoelsmatig natuurlijk volkomen juist. Een ontslag op staande voet is een paardenmiddel dat slechts in uitzonderlijke situaties gebruikt kan worden (en in stand kan blijven bij een rechter). Het geeft dan geen pas om in die gevallen toch een transitievergoeding aan de werknemer toe te kennen.

De Hoge Raad heeft echter anders besloten. Het arrest van 30 maart 2018 kunt u via deze link nalezen.

De Hoge Raad overweegt dat op basis van de wet geen transitievergoeding verschuldigd is indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (zie artikel 7:673 lid 7, aanhef en onder c BW). Vervolgens overweegt de Hoge Raad dat, voor het bestaan van een dringende reden (benodigd voor een ontslag op staande voet) niet vereist is dat de werknemer van zijn gedragingen ook een VERWIJT kan worden gemaakt.

De Hoge Raad komt dan ook tot de volgende slotsom:“………….niet is uitgesloten dat een werknemer die rechtsgeldig op staande voet is ontslagen, recht heeft op een transitievergoeding. De rechter zal daarom, indien hij van oordeel is dat sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet, de aanspraak van de werknemer op een transitievergoeding afzonderlijk moeten beoordelen”.

Dogmatisch wellicht een juiste beslissing, maar gevoelsmatig niet echt. Betekent dit een nog grotere rem op het aantal ontslagen op staande voet? We zullen het zien. Het onderwerp is in ieder geval belangrijk genoeg om binnenkort verder over te bloggen: “de zin en onzin van het ontslag op staande voet”.

Wordt vervolgd dus.


1 keer bekeken