• dayonelegal

Werkgever nu al in de knel door WAB

Het overgrote deel van de werkgevers zal inmiddels wel door hebben dat per 1 januari 2020 de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) in werking treedt.

Wat enigszins onderbelicht is gebleven en in ieder geval niet helder bij veel werkgevers op het netvlies staat, is het feit dat de Belastingdienst nadere eisen stelt aan de administratieve verplichtingen in het kader van de WW-premiedifferentiatie.


Eerst even de theorie: vanaf 1 januari 2020 betaalt een werkgever een lagere WW-premie over het loon van een werknemer met een vast contract en een hogere WW-premie over het loon van een werknemer met een flexibel contract. Dit kan nogal schelen. Tegenover een lage WW-premie van 2,94% bij een vast contract, dient de werkgever voor een flexibel contract maar liefst 7,94% WW-premie af te dragen.


Om in aanmerking te komen voor de lage premie, dient aantoonbaar sprake te zijn van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, mits er geen sprake is van een oproepovereenkomst. Het Financieele Dagblad van donderdag 19 december 2019 meldt dat veel werkgevers nu in de knel komen omdat zij hun administratie niet op orde hebben. Daarom heeft minister Koolmees een - wat hij noemt - ‘coulanceregeling’ verzonnen. Uiterlijk vóór 1 april 2020 dient er een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of een door beide partijen ondertekend schriftelijk addendum in de administratie aanwezig te zijn, waaruit moet blijken dat de werknemer reeds op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Als hieraan wordt voldaan, mag de lage WW-premie worden afgedragen.


Het is stuitend dat de minister er pas kennelijk in december 2019 achter is gekomen dat er ondernemingen zijn waar het gebruikelijk is om, als er na een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een overeenkomst voor onbepaalde wordt aangegaan, geen nieuwe arbeidsovereenkomst wordt opgemaakt. In plaats daarvan stuurt de werkgever een werknemer een bevestiging per brief of e-mail dat de overeenkomst voor bepaalde tijd is overgegaan in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze handelswijze vindt de minister niet voldoende en te fraudegevoelig. Hij eist daarom een stuk papier met twee handtekeningen.


Er is dus helemaal geen sprake van ‘coulance’, maar gewoon van een extra administratieve last. Werkgevers worden weer opgezadeld met extra werk en inspanningen vanuit de kennelijke gedachte dat een reeds sinds jaar en dag gebruikelijke en gehanteerde methode binnen het bedrijfsleven, fraudegevoelig zou zijn. Maar een frauderende werkgever zou natuurlijk even goed de handtekening van de werknemer op het gewenste addendum kunnen plaatsen. Wat wordt de volgende stap: het legaliseren van handtekeningen?


Voor verdere vragen over de WAB of andere arbeidsrechtelijke onderwerpen: breedveld@dayonelegal.nl

16 keer bekeken